Goddelijke-oproep.jouwweb.nl
HeiligeEngelen162kb.jpg

De onderstaande Bijbeltekst gaat vooraf aan een dringende Goddelijke oproep die hierop betrekking heeft.

DE OPENBARING VAN JOHANNES 13

De twee Beesten.
En ik zag uit de zee een Beest opstijgen. Het had tien horens en zeven koppen, en op zijn horens tien diademen, en op zijn koppen stonden godslasterlijke namen. 2 En het Beest dat ik zag, geleek een luipaard, en zijn poten waren als die van een beer en zijn muil was als een leeuwenmuil. En de Draak droeg hem zijn macht over en zijn troon, en groot gezag. 3 Een van zijn koppen leek dodelijk gewond, maar zijn doodwonde genas. Toen liep de hele wereld het Beest vol bewondering achterna, 4 en zij aanbaden de Draak, omdat hij aan het Beest de heerschappij had gegeven. En zij aanbaden het Beest en zeiden: 'Wie is gelijk aan het Beest? Wie kan de strijd met hem aanbinden?' 5 En hem werd een mond vol grootspraak en godslastering gegeven en hem werd vergund macht uit te oefenen tweeënveertig maanden lang. 6 Toen opende hij zijn mond om God te lasteren, om zijn naam te lasteren en zijn woontent en hen die in de hemel wonen. 7 En hem werd gegeven oorlog te voeren tegen de heiligen en hen te overwinnen. Hem werd heerschappij gegeven over elke stam en natie en taal en volk. 8 En alle bewoners der aarde zullen hem aanbidden, ieder wiens naam niet van de grondlegging der wereld af geschreven staat in het boek des levens van het Lam dat geslacht is. 9 Wie oren heeft, hore! 10 Wie bestemd is voor gevangenschap, hij gáát in gevangenschap; wie bestemd is voor de dood door het zwaard, hij zal omkomen door het zwaard. Nu komt het aan op de standvastigheid en de trouw van de heiligen.

11 Toen zag ik een ander Beest. Dit rees op uit de aarde. Het had twee horens als een lam, maar het sprak als een draak. 12 En heel de macht van het eerste Beest oefent het uit voor diens ogen. Het bewerkt dat de aarde en haar bewoners het eerste Beest aanbidden, welks doodwonde genezen was. 13 En het doet grote tekenen; het doet zelfs vuur uit de hemel op aarde neerdalen ten aanschouwen van allen. 14 En het misleidt de bewoners der aarde door de wonderen die het in staat is te doen in dienst van het Beest. Het overreedt hen een beeld op te richten ter ere van het Beest dat door het zwaard werd gewond maar in leven bleef. 15 Hem werd zelfs toegestaan levensadem te geven aan het beeld van het Beest, zodat het begon te spreken. En het bewerkte dat allen die het beeld van het Beest niet aanbaden, ter dood werden gebracht. 16 En het maakt dat allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven, een merkteken ontvangen op hun rechterhand of op hun voorhoofd; 17 en niemand kan kopen of verkopen, als hij dat teken, de naam van het Beest of het getal van zijn naam, niet draagt. 18 Nu komt het aan op scherpzinnigheid! Wie doorzicht heeft, kan het getal van het Beest berekenen. Het duidt een mens aan, en het getal van die mens is 666.

Verklaringen van de bovenstaande bijbelteksten
13,1: 17,3,8. - Stonden godslasterlijke namen, variant: 'stond een godslasterlijke naam'. - Het eerste Beest, geïnspireerd door Daniëls droomgezicht van de vier dieren (Dan.7), stijgt op uit de zee (de 'grote zee' van de chaos en de mythologische monsters) en gelijkt op de Draak, de Satan (12,3), van wie het ook de heerschappij over de wereld ontvangt (v.2). Het is het symbool van de God- en Christus- vijandige macht, de 'antichrist', die de schrijver belichaamd zag in het Romeinse Rijk voor zover dit de christenen vervolgd had en zou vervolgen, en door keizercultus en staatsabsolutisme voor de gelovigen een compromis onmogelijk maakte. Evenals de heerschappij van Antíochus Epífanus voor Daniël, zo was Rome, in de aangegeven zin, voor de ziener het type van elke, de kerk vervolgende staatsmacht die zichzelf tot God maakt. De tien horens en de zeven koppen verzinnebeelden in elk geval koninklijke macht en volstrekte heerschappij; in v.3 en 17,7-14 krijgen ze een meer precieze interpretatie. De godslasterlijke namen zijn de goddelijke titels die verscheidene Romeinse keizers zichzelf toekenden (Heiland, de Goddelijke, enz.).

2b: Lc.4,6.

3: 12.14. - Duivels tegenbeeld van het geslachte maar levende Lam (5,6) en waarschijnlijk een zinspeling op de dood van Nero, de eerste keizer die de christenen vervolgd had, en de legende van zijn terugkeer. Nero belichaamde heel bijzonder de antichristelijke tendenties van het Romeinse Rijk en kan daarom met het Beest worden vereenzelvigd, vgl. 17,8.11.

4: Ex.15,11; Ps.89,7.

5: 42 maanden, zie de aantekening bij 11,2.

7: 11,7.

8: 3,5 (+ aantekening). - Het boek des levens, Bijbels beeld, ontleend aan de burgerlijke registratie: God (of Christus) heeft een boek waarin de namen staan van hen die behoren tot Zijn Koninkrijk en daarom delen zullen in 'het leven'.

9-10: De beschrijving wordt onderbroken voor een vermaning aan de christenen (de heiligen) om in de komende vervolging moedig stand te houden. - Wie bestemd is voor de dood door het zwaard, enz., variant: 'Wie doodt met het zwaard, hij moet gedood worden met het zwaard'; vgl. Mt.26,52.

11: Mt.7,15. - Elders noemt de schrijver het tweede Beest 'de valse profeet' (16,13; 59,20; 20,10). Het staat in dienst van het eerste, welks aanbidding het propageert, vooral door overreding en verleiding, maar ook door denunciatie en economische boycot (15-17). Samen met het eerste Beest belichaamt het de antichrist van de Openbaring: de politieke en de religieuze macht van het Romeinse Rijk. Het is aannemelijk dat Johannes bij de valse profeet meer concreet gedacht heeft aan de priesterschap van het heidendom, en met name die van de keizercultus. waarop de oprichting van het beeld (v.14 e.v.) schijnt te zinspelen en die in elk geval onder Domitiaan, tijdens wiens regering de Openbaring waarschijnlijk is geschreven, een hoogtepunt bereikte. De verwachting dat in de tijd van het einde een fel pseudoprofetisme de komst van de antichrist of de valse christus zal begeleiden en ondersteunen, wordt ook elders in de apocalyptiek aangetroffen, vgl. Mt.24,24 par.; 2 Tess.2,8-12; 1 Joh.2,18 e.v.; 4,1-6.

12: 3.

13: Deut.13,1 e.v.; Mt.24,24 par.; 2 Tess.2,8-12.

14: In de Kerk was het de Geest die wonderen werkte om het geloof in Christus te bevorderen; het tweede Beest aapt de Geest na, zoals de eerste de verrezen Christus nabootste (13,3). De Draak, het eerste en het tweede Beest zijn een karikatuur van de Drie-eenheid (Boismard).

15: Dan.3.5.7.15. - En het bewerkte dat, Of: 'en zodat het (nl. het eerste Beest) bewerkte dat ...'

16: 7,3; 14,9.11; 16,2; 19,20; 20,4.

18: 17,9. - In de stijl van de apocalyptiek geeft Johannes in de vorm van een soort cryptogram een sleutel ter identificatie van het Beest, dat in een bepaalde persoon is belichaamd (Het duidt een mens aan). Zowel in het Grieks als in het Hebreeuws doen de letters van het alfabet ook dienst als cijfers (a = 1, b = 2, enz.). Het getal 666 (var.: 616) is waarschijnlijk ontstaan door de cijferwaarde der letters waaruit de bedoelde naam was samengesteld, bij elkaar op te tellen. De meeste plausibele oplossing is dat het getal 666 de cijferwaarde geeft van: 'Caesar Nero' (met Hebr. letters geschreven, wat geen bezwaar is, daar het de gewenste geheimzinnigheid slechts verhoogde; 666 is dan gebaseerd op de Griekse vorm Nerôn, 616 op de Latijnse vorm Nero).